Een sleutel ... om het slot te openen

Het nieuwe boek van Johanna Maria Riemen

Over het boek

Zo nu en dan verzuchten we wel eens: wat heeft het allemaal voor zin? Als het allemaal tegenzit, als we moe zijn, als we steeds weer in dezelfde valkuil vallen. We willen graag goed bezig zijn, zoeken naar iets en weten vaak niet eens wat we zoeken. Meestal zoeken we het buiten onszelf. Zijn we uiteindelijk niet op zoek naar de zin van ons leven? Is het niet zo dat de zin van ons leven erin bestaat dat we ons zelf worden, dat we weer terugkeren naar onze ziel?

Maar de weg naar onze ziel is afgesloten door onze emoties, ons denken, onze ideeën, onze constructies. Alles om onszelf te beschermen. Dat zijn allemaal schillen rondom onze ziel waarin we menen veilig te zijn, maar het zijn valkuilen. Het zijn schillen waarin we opgesloten zitten en die ons verhinderen om bij ons zelf te komen. Die schillen vormen ons ego. Daarmee zijn we ons gaan identificeren. Maar het ego is niet wie we zijn. Het ego is waar we last van hebben bij onszelf en bij anderen. Anderen kunnen we niet veranderen, maar wel onszelf. Het enige dat je daarvoor hoeft te doen is de schillen van je ego opruimen. Die bestaan uit patronen en saboteurs.
 

Dit boek gaat over patronen en saboteurs. Het leert je stap voor stap in alle eerlijkheid naar jezelf te kijken. Om het allermoeilijkste te leren: je zelf te confronteren met dingen die niet oké zijn en die te veranderen. Daardoor leer je ook anderen beter begrijpen. Omdat je ervaart hoe moeilijk het is iets bij jezelf te veranderen, heb je meer mededogen met anderen die ook worstelen met hun negatieve emoties. Saboteurs zijn negatieve emoties: jaloezie, kwaadheid, macht enzovoort. Een saboteur is altijd heftig en doet pijn. Als je altijd in die emoties schiet zonder er bij na te denken en vervolgens anderen daarvan de schuld geeft, is het een patroon geworden.

 

De vraag is nu: hoe komen we van onze saboteurs af? Waar en hoe beginnen we? Het moeilijkste in ons leven is het opruimen van patronen en saboteurs. Iemand die niet aan het werk is met zichzelf denkt: het is een fluitje van een cent. Iedere serieuze zoeker weet dat het zwoegen is. Het is niet makkelijk, het is vallen en opstaan. Hoe meer je ruimt, des te beter je je gaat voelen.

Voordat je eraan kunt werken moet je je er eerst van bewust zijn dat je patronen en saboteurs hebt. Als je weleens negatieve emoties hebt, weet je dat ze er zijn. Dat kun je gewoon bedenken. Je kunt analyseren wat er gebeurde in een bepaalde situatie en waarom, maar dat alles doe je met je hoofd. Dat is de eerste stap: leren zien hoe je bent, denkt, doet. Niet hoe je dénkt dat je bent. Daar moet je wel heel eerlijk voor zijn, dus eigenlijk is eerlijkheid de eerste stap. Je moet de constructies die je van jezelf gemaakt hebt gaan bekijken: hoe je jezelf neerzet en wilt overkomen. Dat zijn de maskers waarachter je je verbergt. Als je dat al jaren doet, ben je je gaan identificeren met die maskers. Maar als je emotioneel wordt, laat je die maskers vallen en springen de saboteurs tevoorschijn. Door die maskers bouw je bepaalde zekerheden op. Als die maskers vallen en je emoties naar buiten komen, kun je daar onzeker van worden. Je kunt leren er anders naar te kijken: die emoties horen meer bij je dan de maskers. Als je daarmee aan het werk gaat en jezelf daarin gaat accepteren, kom je dichter bij jezelf.

 

Als je iets negatiefs van jezelf oké vindt, stem je ermee in, mag het er zijn. Als het je vriend is geworden vind je niet eens meer dat je een saboteur hebt. Dan win je nooit de strijd. Met iemand met wie je het eens bent is er geen strijd. Je hebt dan wel geen strijd in jezelf, maar de vraag is hoe anderen jou ervaren. Zolang je het eens bent met je eigen negatieve emoties groeien ze.

 

Als je niet durft toe te geven geef je jezelf gelijk, je geeft je saboteur gelijk: je bent gekrenkt, jaloers, kwaad, vul maar in. Met elk gelijk houd je hem in stand. Door eerlijk en alert te blijven heb je minder last van emoties en andere negatieve bagage.

 

Je breekt de saboteur door je kwetsbaar op te stellen. Zeggen dat je iets moeilijk vindt en het toegeven als je negatieve emoties hebt. Door toe te geven verdwijnt het grootste deel van de negatieve lading. Vervolgens kun je gewoon de emotie voelen zonder saboteur. Je kunt natuurlijk gewoon boos zijn, of gefrustreerd, waarom niet? Maar er hoeft geen negatieve lading bij te zitten. Het lijkt moeilijk in het begin, en dat is het ook, maar na de eerste keer merk je hoe het oplucht. Je moet er even doorheen. Daarna wordt het makkelijker. Werk hoeft niet altijd meteen iets op te leveren, maar door het te doen gebeurt er iets. Langzamerhand merk je dat je meer kunt hebben, anderen beter begrijpt, sterker en rustiger wordt. Hoe meer je ruimt des te dichter je bij je zelf komt en je zelf wordt.