Het eeuwige leven van de ziel

Enkele onderwerpen uit het boek

Er zijn mensen die hun geloof in God verliezen omdat er zoveel kwaad is in de wereld. Mensen die beweren dat er in iedereen wel iets goeds en iets kwaads huist. Anderen geloven dat iedereen, ongeacht wat hij doet of gedaan heeft, in de hemel komt. Of dat het kwaad in de wereld onder andere door de armoede komt.

Wat opvalt is dat de verantwoordelijkheid elders wordt neergelegd. Maar alles wat we doen of laten, denken en voelen, cultiveren of overwinnen, brengt ons ergens. Hoe ik vandaag ben, wordt bepaald door wat ik in het verleden deed of dacht. We bepalen zelf hoe we zijn en willen worden.

De bedoeling van dit leven is dat we groeien en uiteindelijk terugkeren naar waar we vandaan komen: het Paradijs.

Maar waar gaan we naartoe wanneer we sterven?

En hoe komt het dat er goede en slechte mensen zijn?

Komen alle mensen in het hiernamaals weer bij elkaar, zoals op aarde?

Dit zijn enkele van de vele vragen die beantwoordt worden in het 'Het eeuwige leven van de ziel'.

Het boek beschrijft de reizen van Maria Riemen naar de verschillende werelden na de dood, door haar de lagen genoemd.
Een laag is de woonplaats waar je na het sterven heengaat. Er zijn zeven stadia boven en zeven stadia beneden: de zeven bovenlagen en de zeven onderlagen. Bij de bovenlagen is het zevende stadium het hoogste, bij de onderlagen is de zevende laag de laagste. Het zijn zowel woonplaatsen als niveaus.

De woonplaats of de laag waar je na het sterven naartoe gaat, komt overeen met het niveau wat je (onbewust) op aarde hebt. De laag waar je terechtkomt wordt bepaald door de manier waarop je hebt geleefd. Dat heeft niets te maken met slim of dom zijn, maar alles met goed of slecht zijn.


Het boek geeft aan wat de knelpunten in iedere laag zijn. En hoe je die het beste kunt herkennen en vervolgens aanpakken.