Het eeuwige leven van de ziel

Enkele onderwerpen uit het boek

In de bovenlagen weet iedereen het onderscheid tussen goed en kwaad. Zolang er een geweten is kun je last hebben van je geweten. Maar als er geen wil meer tot het goede is, buigt de wil voor het kwaad. Over het kwaad kun je veel of weinig zeggen maar je hoeft er niet diepzinnig over te doen: iemand uit de bovenlagen heeft altijd een weerstand tegen het verkeerde. Omdat het geweten spreekt.

Geweten: je voelt dat er een macht door je heen werkt, als een censor, die kwelt. Maar als het ego sterker is, ga je jezelf goedpraten.
Om vervelende dingen te voorkomen, kun je verkeerde keuzes maken, misschien omdat je aardig gevonden wilt worden.
Het wordt een gewoonte om het verkeerde goed te praten. Dat is een saboteur. Je neemt geen verantwoordelijkheid.
Maar zolang je nog een beetje wroeging kunt voelen, heb je de prikkel van het geweten. Je geweten is de rem ten aanzien van het kwaad.

 

Deze tijd maakt het makkelijk om te verloederen.
Je kunt je makkelijk verschuilen b.v. achter kennis of technologie, als je daar goed in bent.
Het grootste obstakel is gehechtheid aan negatieve gewoonten. 
Vooral omdat je het niet ziet als negatief. Het is altijd de ander die fout zit.
Veel ellende komt voort uit jaloezie: verraad, kwaadspreken, bedrog, hebzucht, laster, agressie, leugen, oneerlijkheid.

 

Uit jaloezie doen we de verschrikkelijkste dingen. Dat kan ook angst zijn, maar het ego speelt altijd mee.

Het ego wil altijd wat hebben, wat zijn: titels, aanzien, macht, geld, kennis, uiterlijk, spullen. Net als met hoge functies. Mensen kunnen zich maskeren met functies, kennis, geld, uiterlijk, zelfs met humor.

 

Als je je geweten helemaal loslaat kom je in de onderlagen. Als je geen geweten meer hebt heb je ook geen slecht geweten.

 

In de onderlagen heb je geen gevoel meer, dat heb je afgebroken. Dat is iets anders dan dat je gevoel geblokkeerd kan zijn als je in een bovenlaag zit; dan is het er wel maar je kunt er niet bij. 
Verder is er een onderscheid tussen mensen die slecht zijn en mensen die slechte dingen doen.

 

Hoe minder geweten, des te slechter je denkt. Negatief denken staat los van de intelligentie van iemand, omdat intelligentie losstaat van de laag waarin je zit.

 

Je kunt in een hoge laag zitten en 'dom' zijn in de ogen van de mensen. Of in een onderlaag en intelligent zijn. Of omgekeerd.