Het eeuwige leven van de ziel

Enkele onderwerpen uit het boek

Problemen tussen mensen ontstaan doordat ze elkaar niet (kunnen) begrijpen. Een van de oorzaken kan zijn dat mensen in verschillende lagen zitten, dat niet inzien, en niet begrijpen dat een ander iets niet begrijpt.

Iemand uit een hogere laag kan in het algemeen wel iemand uit een lagere laag begrijpen, maar andersom niet. Desondanks staat aantrekkingskracht tussen mensen los van de laag waar ze inzitten. Omdat aantrekkingskracht in het algemeen te maken heeft met mensen die je uit vorige levens kent, en in het bijzonder met mensen met wie je dingen moet uitwerken.

 

Wanneer tussen mensen te veel verschil tussen de lagen is, is er altijd een groot verschil in b.v. gevoelssituaties. Als je die strijd aangaat, kom je er niet uit en trek je elkaar omlaag. In de eerste drie bovenlagen kan afhankelijkheid (die zich ook materieel kan uiten) aangezien worden voor liefde; maar het is liefde op ego-niveau.


Je kunt een slechte relatie in stand houden in naam van de liefde. Dat bijvoorbeeld het begin zo mooi was en die herinnering eindeloos blijven koesteren en daarop teren. Als je dat doet, houd je jezelf voor de gek en houd je niet van jezelf.

 

Maar als je toch bij elkaar wilt blijven, terwijl het heel moeilijk is, kun je een andere relatievorm creëren, waarin je niet alles hoeft te begrijpen van elkaar. Je moet ook alleen durven groeien in een relatie.

Als de ander niet mee wil, moet je dat kunnen laten, zonder diegene een schuldgevoel te geven. Je hoeft b.v. niet altijd in één bed te liggen of in één kamer te slapen; je hoeft niet dezelfde dingen leuk te vinden, je hoeft niet alles samen te doen, etc. Door de vele moeilijkheden binnen een relatie kun je vaak groeien.

 

Waar partners die uit verschillende lagen komen, het moeilijk kunnen hebben, geldt hetzelfde voor ouders en kinderen. Met dit verschil dat kinderen overgeleverd zijn aan de ouders, terwijl partners hun eigen keuze maken. Kinderen zijn overgeleverd aan de opvoeding als de ouders menen dat zij alles voor het zeggen hebben en dat een kind niets weet of kan. Zulke ouders moeten leren anders naar hun kind te kijken en te luisteren in plaats van het kind te beperken in wat het wel of niet moet of mag.

 

We hebben te maken met individuele zielen; ouders kunnen hun kind laten groeien, maar andersom ook, als de bereidheid daartoe is. Een kind uit een hogere laag kan wijzer zijn dan de ouders waarbij het terechtkomt.